Ervaringsverhaal

door Chanina Roelofsma

Overprikkeld op school: van probleem naar aanpassing

Op de basisschool had ik het nog niet zo door, maar op de middelbare school werd het me steeds duidelijker: ik had last van het lawaai in de klas.
Het lawaai in de klas stoorde me en overmande me soms: ik werd er zelf ook onrustig van en bleef in die sfeer. Ik wilde graag mijn werk goed doen, maar kon me niet concentreren doordat er om me heen overlegd/gekletst werd. En tot slot, hier kwam ik pas later achter, voelde en absorbeerde ik energieën/emoties van anderen en wist ik niet hoe ik de rust in mezelf kon vinden.

Zelf kwam ik er eigenlijk pas heel laat achter waarom ik zo moe was na school; voor mij was het heel gewoon om doodop te zijn en dán nog aan m’n huiswerk te moeten beginnen. Pas in de vijfde/zesde klas ben ik met een ouder naar de mentor gestapt.

Hoe legde ik uit dat ik hooggevoelig ben?

Een afspraak maken is zo gedaan, maar daadwerkelijk uitleggen wat er precies ‘aan de hand’ is en hoe je het anders wilt, was nog wel een grote stap. Ik ervaarde de sfeerimpressies die ik opdeed in de klas als iets normaals en dat maakte het lastig om het uit te leggen aan mijn mentor. Toch ben ik blij dat ik het ‘probleem’ heb aangekaart. Daarbij heb ik geprobeerd om me te houden bij de kern van mijn ‘probleem’. Dat ik last had van alle kletsende mensen in de klas, waardoor ik me niet kon concentreren. En dat ik vervolgens mijn schoolwerk vooral thuis moest maken, terwijl ik thuis al doodop was. De mentor toonde belangstelling en stelde vragen, die ik zo goed mogelijk probeerde te beantwoorden. Na het gesprek, zette hij zich gelijk voor mij in, waardoor mijn tijd op school er een stukje aangenamer van werd.

Wat werd er aan mijn overprikkeling gedaan?

Ook al waren de docenten en mentor zelf niet hooggevoelig, ze konden zich wél een beetje in mij inleven. Alle docenten werden per mail ingelicht over mijn situatie en de afspraak was dat ik af en toe het klaslokaal uit mocht om op een rustiger plek te werken. In het oude schoolgebouw was dat een soort berghok die doordrongen was van verfgeur – ook een vervelende prikkel, maar wel een stuk rustiger en daarom fijner. In het nieuwe schoolgebouw was er niet echt zo’n ruimte (vrijgemaakt) en mocht ik op de gang werken. Dat ging wel redelijk – al werd ik wel af en toe afgeleid. De energieën van anderen zaten niet meer zo dicht op mij, maar het was wel vervelend als er telkens mensen al pratend langsliepen. Achteraf had ik misschien een prikkelvrije ruimte voor mijzelf moeten aanvragen, maar ach, het was voor het laatste jaar wel te doen.

Ruimte voor mezelf of eenzame afzondering?

Je zou kunnen denken dat ik bij elke gelegenheid van ‘zelfstandig werken’ de klas uit ging. Dit bleek echter niet zo uit te pakken. Ten eerste waren er docenten die tussendoor ook nog dingen uitlegden, of die wantrouwig waren of ik dan wel écht mijn opdrachten zou maken (en niet zou lummelen of een tussenuur zou nemen). Ik kon dus niet áltijd weg wanneer ik dat wilde.
Ook werd er af en toe moeilijk gedaan (soms door de docent, soms door de klasgenoten) over dat ik oortjes in had tijdens het zelfstandig werken. Ik had er maar één doel mee: beter focussen op mijn schoolwerk, en minder afleiding door het lawaai/de gesprekken aan de andere kant van de klas. Bij een enkele docent mocht ik muziek luisteren, maar andere docenten verboden het, omdat anders ‘iedereen dat wilde’.

Als laatste reden dat ik niet altijd buiten op de gang wilde werken, was dat ik soms ook even ‘gezellig’ wilde doen. Ik wilde niet de ‘fun’ missen omdat ik altijd wegging op tijden dat er gekletst werd. Meepraten is heel gezellig, maar ook hier gold dat ik op mezelf en mijn eigen grenzen moest letten. Als ik voelde of merkte dat mijn energie weglekte, was het tijd om een prikkelarmere ruimte op te zoeken. Soms was ik zelfs dán te moe om hard te werken, maar dan had ik in ieder geval de rust voor mezelf.

Hoe nu verder?

Op de universiteit had ik heel wat minder contacturen. Ook daar was ik nog steeds gevoelig voor ruimtes en mensen, maar gelukkig kon ik meestal mijn eigen plekje vinden. Thuis op mijn kamer kon ik me nog het beste concentreren, maar ook daar had ik niet altijd een top-concentratie/motivatie.

Inmiddels heb ik een tussenjaar genomen en als ik nu bijvoorbeeld aan mijn boek wil schrijven, kies ik een rustig cafeetje of plekje in de bibliotheek uit, of ga ik rustig achter mijn bureautje in mijn slaapkamer zitten. Het is voor mij vooral belangrijk dat ik in beweging blijf. Hoe is dat voor jou? Op welke plekken kun jij het beste werken?

Mocht je ook op het punt staan om je mentor/docent/werkgever in te lichten over jouw hooggevoeligheid, maar weet je nog niet zo goed hoe? Schroom dan niet om contact met me op te nemen! Dat kan door een reactie onder dit artikel te plaatsen. Of neem een kijkje bij de oefeningen!

Chanina Roelofsma

21 jaar

Chanina zit in het HeartNav team!

Misschien vind je deze artikelen ook leuk:
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.